Uitnodiging Seminar “Kenmerken van Morele Transities”

U bent van harte uitgenodigd voor dit seminar. Inschrijven is vereist. Om aan te melden, klik hier

Het ziet er naar uit dat we langzaam uit de financiële crisis klimmen en ook de economische crisis als gevolg daarvan lijkt zich te stabiliseren. Maar hoe staat het met de morele crisis? Wat is de verantwoordelijkheid daarin van bedrijven? Gezien de nog altijd toenemende invloed van bedrijven jegens hun stakeholders is die vraag nog steeds relevant en actueel. Enerzijds laten Morele Transities laten zich ondanks alle moeite niet afdwingen, en anderzijds lijken Morele Transities zich soms spontaan te voltrekken.

Tijdens het seminar Kenmerken van Morele Transities gaan we nader onderzoeken wat morele transities zijn, hoe ze ontstaan en hoe we dat kunnen beïnvloeden. Daarnaast zal tijdens dit seminar de jury van de NBN Rabobank Scriptieprijs verslag doen van het juryberaad en de prijzen uitreiken aan de winnaars. Rabobank is traditioneel sponsor van de geldprijzen, maar heeft niet alleen de rol van geldgever. Met de jaarlijkse scriptieprijs willen het NBN en de Rabobank studies naar bedrijfsethiek en duurzaamheid stimuleren.

Datum: 16 juni 2015

Plaats: Tilburg University

Programma:

14:00 – 15:00 EBO (Master Ethiek van Bedrijf en Organisatie) middag. Vier studenten krijgen ieder zo’n 15 minuten om hun paper te presenteren

15:00 – 15:10 Pauze

15:10 – 15:15 Opening Seminar door Decaan Willem Drees

15:15 – 15:45 Keynote door Bert Musschenga

15:45 – 16:15 Keynote door Bas Rüter

16:15 – 16:45 Paneldiscussie. Het panel bestaat uit vijf personen: Paneldiscussie. Het panel bestaat uit vijf personen: Johan Graafland, Bert Musschenga, Bas Rüter en twee studenten

16:45 – 17:15 Verslag juryberaad en uitreiking scriptieprijs

17:15 – 18:15 Borrel

 

Inleiding Bert Musschenga

De Morele Transitie naar een integer en sociaal verantwoordelijk bedrijf

Weinig bedrijven kunnen het zich veroorloven zich alleen maar met hun economische doelstellingen – winst en groei – bezig te houden. Van bedrijven wordt meer en meer verwacht dat ze op een fatsoenlijke wijze opereren en dat hun activiteiten sociaal verantwoord zijn, dat ze op een positieve manier betrokken zijn op de hen omringende samenleving. ‘Integriteit’ en ‘sociale verantwoordelijkheid’ staan daarom hoog op de agenda bij veel bedrijven. Maar wat houdt het in een integere en sociaal verantwoordelijk bedrijf te zijn? En hoe word je een integer en sociaal verantwoordelijk bedrijf? Integriteit en sociale verantwoordelijkheid zijn verschillende dingen. Een fatsoenlijk mens hoeft niet ook maatschappelijk betrokken te zijn. (Omgekeerd is een maatschappelijk betrokken persoon niet noodzakelijk ook integer.) De overgang van een bedrijf dat zich binnen de kaders van de wet vooral met zijn economische doelstellingen bezighoudt naar een integer en sociaal verantwoordelijk bedrijf noem ik een morele transitie. Een morele transitie is een proces van reflectie maar ook van actie. Reflectie op de vraag wat het voor bedrijf X betekent een integer en sociaal verantwoord bedrijf te zijn en welke stappen er gezet moeten worden om die doelstelling te bereiken, en actie als het ten uitvoer brengen van dat stappenplan. Omdat ik me moet beperken en omdat ik me meer met integriteit heb bezig gehouden, richt ik me hierna op de morele transitie naar een integer bedrijf. En omdat de tweede spreker uit de bankensector komt, spits ik het onderwerp verder toe op de morele transitie naar een integere bank. In mijn visie is integriteit allereerst een kenmerk van personen. Het collectief – institutie, organisatie, bedrijf – is integer als het erin slaagt de voorwaarden te scheppen die bevorderen dat de deelnemers daarvan integer zijn. Wat integriteit concreet betekent voor mensen in een bank hangt samen met de functie die ze daarbinnen vervullen: van directeur tot front- en backoffice employees. Ik zal ook een poging doen de voorwaarden te benoemen die bevorderen dat medewerkers en leidinggevenden van een bank integer zijn. Daarnaast wil ik aandacht geven aan de vraag of ontwikkelingen als flexibilisering van o.a. arbeidscontracten de binding van werknemers aan een bedrijf niet verzwakken en of dat een belemmering vormt voor het streven een integer bedrijf te zijn.