Recensie: To Be Honest

Finding Inspiration and Integrity in Public Service and Business

Henk Bruning, partner van NBN, schreef onlangs het boek “To Be Honest …”, zie ook deze link. Zie hier een recensie, met dank aan Corné Stuij.

 

Om eerlijk te zijn
Toen de vraag werd gesteld in een vorige editie van de NBN Nieuwsbrief wie eventueel een recensie zou willen schrijven over het boek To Be Honest …, van Henk Bruning, heb ik vrijwel meteen en enthousiast gereageerd dat ik daar wel voor in was. O.a. omdat dit boek ook bestemd lijkt voor onderwijsdoeleinden en wellicht bruikbaar binnen het HBO. Welnu, zelf ben ik verantwoordelijk voor een module Business Ethics bij de opleiding International Business & Languages van de Saxion hogeschool in Enschede. Vandaar mijn interesse, en daarom nu dit stukje.

To Be Honest …, met als ondertitel Finding Inspiration and Integrity in Public Service and Business, start met een citaat uit een brief die de auteur in een krant heeft gelezen, geschreven door een jonge Spaanse vrouw: “I am 17 years old and I want to live in a prosperous country that is fair and just to all its citizens. (…) Therefore, my question is: would this be possible?” Het antwoord op deze vraag lijkt uiteindelijk te zijn dat het in theorie mogelijk moet zijn, maar in de praktijk uiterst lastig te realiseren zal blijken. Het vereist in ieder geval dat alle partijen (burgers, publieke en private organisaties) in het land eerlijk en integer zijn; dat een ieder individueel persoonlijke verantwoordelijkheid durft te dragen, dat men op alle niveaus steeds alle relevante dilemma’s bespreekt; dat men niet bang is elkaar een spiegel voor te houden; dat men heldere afspraken en regels formuleert; dat men elkaar hieraan houdt, en dat men consequenties, ook in de vorm van sancties, niet schuwt; en dat men bereid is continu de gemaakte afspraken en regels te evalueren en eventuele risico’s te onderzoeken zodat daar waar nodig tijdig aanpassingen ingevoerd kunnen worden. Dit is althans het antwoord dat ik uit het boek heb gehaald, het boek dat zo’n 150 pagina’s heeft, verdeeld over 11 hoofdstukken.

Het boek biedt een helder overzicht en bevat een goede analyse van integriteitsvraagstukken in het publiek bestuur, met name op lokaal niveau. Steeds worden interessante voorbeelden gegeven en relevante dilemma’s beschreven. In hoofdstuk 1 al wordt geconstateerd dat de wijze waarop regeringen, overheidsorganen en commerciële organisaties momenteel bestuurd worden niet steeds voldoende transparant en niet altijd vrij van corruptie zijn, en vaak tekort schieten waar het gaat om integriteit. De auteur stelt daarbij dat in bepaalde landen en culturen hiërarchische structuren en traditioneel sterke familiebanden ‘good governance and integrity’ eerder en meer bedreigen dan in andere landen en culturen. Hij verwijst daarbij regelmatig naar zijn onderwijs- en onderzoekservaringen in Spanje. Maar ook China, Turkije, Indonesië en de Balkanlanden worden in dit verband genoemd. In een later hoofdstuk volgt nog een opmerking die impliceert dat bestuurders in landen met een katholieke dan wel communistische achtergrond zodanig gevormd zijn dat zij eerder dan anderen neigen tot het bezwijken aan de verleidingen van corruptie.

Het feit dat in het publiek bestuur amateurs (zoals Bruning gekozen bestuurders en politici noemt) en professionals (ambtenaren) vaak niet adequaat met elkaar communiceren en hun verantwoordelijkheden en rollen veelal gescheiden houden, is een aspect dat de transparantie en integriteit van publiek bestuur onder druk zet. Bovendien leidt een en ander vaak tot onnodige bureaucratie en inefficiëntie, en mogelijk tot kwalijke vormen van nepotisme. Waarbij het negatief imago dat aan ambtenaren kleeft en de lage beloning (in vergelijking met soortgelijke functies in private organisaties) die zij in veel landen krijgen als bijkomende factoren worden benoemd.

Zoals gezegd, het boek bevat veel goeds, ook als eventueel leesvoer voor studenten. Echter, mijns inziens is het boek niet geschikt als lesmateriaal, en al zeker niet voor HBO-opleidingen. Daarvoor lijkt het boek te algemeen van opzet. “This book isn’t written for people who knowingly break the law and steal from society.” Voor wie het boek wel is geschreven, en dus voor welke opleidingen het geschikt (al dan niet onderwijs-)materiaal biedt, is minder duidelijk. In ieder geval bevat het toegankelijk en lezenswaardig materiaal voor iedereen die geïnteresseerd is in openbaar bestuur, voor (aspirant) politici, voor ambtenaren; maar het gaat ook deels over maatschappelijk verantwoord ondernemen, en over private, commerciële organisaties; en over personeelsbeleid. En het gaat over Spanje, en Nederland, en de rest van de wereld (maar niet over multiculturele samenlevingen). De verschillende hoofdstukken zijn nogal wisselend in structuur en kwaliteit. Zo lijkt de auteur minder op z’n gemak bij een onderwerp als maatschappelijk verantwoord ondernemen dan bij kwesties van lokaal bestuur. Bovendien lijkt het boek pas echt, of opnieuw te beginnen in hoofdstuk 7; Interaction between Governments and Citizens. Hierin wordt de zin van het leven aangegeven (=being happy). En hierin wordt van de vier kardinale deugden en zeven hoofdzonden via Aristoteles en Socrates tot hedendaags individualisme en moderne democratie een korte geschiedenis van ethiek geschetst.

To Be Honest … bevat een aantal uitspraken en stellingen waarmee men het moeilijk oneens kan zijn: “A meaningful organisation will anchor integrity in its structure and will communicate actively and transparently with people who then feel invited to take on responsibility.” Of: “The complexity of our society (…) calls for a coherent set of measures at international, national and regional levels.” En, nogmaals, de problemen worden helder beschreven; echter, de oplossingen zijn wat mij betreft minder helder en niet overtuigend. Het integriteitsprogramma dat als oplossing wordt aangedragen komt mij als etnocentrisch voor, waaruit een wellicht typisch Nederlands vertrouwen in praten en overleggen blijkt. Daarbij wordt naar mijn smaak een te zwaar belang gehecht aan personeelsbeleid (hier verraadt zich wellicht de achtergrond van de auteur (?)).

Concluderend, om eerlijk te zijn, ik heb het boek met belangstelling gelezen en ben van mening dat het de basis kan vormen voor diverse boeken gericht op verschillende opleidingen in HBO-land. Echter, ik heb er vooralsnog geen kant-en-klaar lesboek in gevonden. Wel vind ik dat een boek waarin nog eens wordt aangegeven dat Ien Dales een integer leider en goed bestuurder was, het sowieso verdient om gelezen te worden.
Corné Stuij